LATIJN2

woordjes caput 4 (niet volledig) - caput 5 - caput 6

woordjes caput 4 (niet volledig) - caput 5 - caput 6


M. N.
Deze Lernkartei helpt leerlingen op het middelbare schoolniveau Latijn te leren, met een focus op woordenschat en grammatica. De flashcards bieden woorden zoals "primus" (eerste), "volare" (vliegen) en "plenus" (vol), evenals uitdrukkingen zoals "mihi placet" (het bevalt me). De platform ondersteunt ook het terugwaarts leren van de doeltaal naar de bron-taal. Deze Lernkartei is ideaal voor studenten die hun Latijnse vaardigheden willen verbeteren, vooral voor hen die zich voorbereiden op examens of die hun kennis van de taal willen verdiepen.
Flashcards
215
Students
1
Language
English
Category
Latin
Created / Updated
05.03.2016 / 05.03.2016

Lernkarten

fatigare

fatigo - moe maken afmatten

dolere

doleo - 1. lijden 2. betreuren

terrere

terreo - bang maken

trahere

traho - trekken

timidus

timida, timidum - vreesachtig, bang

condere

condo - stichten

ferre

fero - 1. dragen, 2. brengen

afferre

affero - brengen naar, aanbrengen

auferre

aufero - wegnemen

offerre

offero - aanbieden

transferre

transfero - overbrengen

miseria

miseriae v. - ellende

iustitia

iustitiae v. - rechtvaardigheid, recht

laetitia

laetitiae v. - vrolijkheid

dolor

doloris m. - 1. pijn, 2. verdriet

terror

terroris m. - paniek

error

erroris m. - 1. zwerftocht 2. vergissing

timor

timoris m. - vrees

imperator

imperatoris m. - opperbevelhebber

victor

victoris m. - overwinnaar

altitudo

altitudinis v. - 1. hoogte 2. diepte

magnitudo

magnitudinis v. - grootte

multitudo

multitudinis v. - menigte, massa

solitudo

solitudinis v. - eenzaamheid

dignitas

dignitatis v. - waardigheid

libertas

libertatis v. - vrijheid

certus

certa, certum - zeker

dignus

digna, dignum - waardig

notus

nota, notum - bekend

solus

sola, solum - alleen, eenzaam

incertus

incerta, incertum - onzeker

digitus

digiti m. - vinger

arma

armorum o. mv. - wapens

aureus

aurea, aureum - gouden

proficere

proficio - 1. vorderingen maken 2. baten, helpen, nuttig zijn

primum

eerst, voor het eerst

tantum

1. zoveel 2. slechts

quia

omdat

velle

volo - willen

nolle

nolo - niet willen

Étudier