TP neerlandais
pour apprendre les TP neerlandophone
pour apprendre les TP neerlandophone
-
- 1 / 70
-
Lernkarten
couper
snijden sneed sneden gesneden
parler
spreken sprak spraken gesproken
sauter
springen sprong sprongen gesprongen
être debout
staan stond stonden gestaan
voler (quelque chose)
stelen stal stalen gestolen
mourir
sterven stierf stierven gestorven
tomber
vallen viel vielen gevallen
interdire
verbieden verbood verboden verboden
disparaîre
verdwijnen verdween verdwenen verdwenen
oublier
vergeten vergat vergaten vergeten
perdre
verliezen verloor verloren verloren
partir
vertrekken vertrok vertrokken vertrokken
trouver
vinden vond vonden gevonden
voler (dans les airs)
vliegen vloog vlogen gevlogen
demander
vragen vroeg vroegen gevraagd
laver
wassen waste wasten gewassen
savoir
weten wist wisten geweten
vouloir (1ere façon)
willen wilde wilden gewild
vouloir (2eme façon)
willen wou wouden gewild
gagner
winnen won wonnen gewonnen
devenir
worden werd werden geworden
dire (1ere façon)
zeggen zei zeiden gezegd
dire (2eme façon)
zeggen zegde zegden gezegd
voir
zien zag zagen gezien
être
zijn was waren geweest
chanter
zingen zong zongen gezongen
être assis
zitten zat zaten gezeten
chercher
zoeken zocht zochten gezocht
nager
zwemmen zwom zwommen gezwommen
se taire
zwijgen zweeg zwegen gezwegen